De keuze van de Vlaamse gezondheidsdoelstellingen is gebaseerd op de Health-for-all-doelstellingen van de WHO maar ook op een analyse van de Vlaamse gezondheidsindicatoren.
Dit betekent dat er rekening werd gehouden met de morbiditeit en mortaliteitscijfers. De cijfers geven dus een beeld van de gezondheid/ongezondheid van de Vlaamse bevolking. Zo werden problemen geïdentificeerd en konden doelstellingen opgesteld worden.
Tot de leeftijd van 39 jaar sterven mannen en vrouwen in grote lijnen door gelijkaardige oorzaken, nl. aangeboren afwijkingen, ongevallen en suïcide. Vanaf de leeftijd van 40 tot en met 69 jaar sterven vrouwen in de eerste plaats aan borstkanker, mannen door suïcide (40 tot 49 jaar) en longkanker (50 tot 79 jaar). Daarna volgen voor zowel mannen als vrouwen de ischemische hartziekten (slagaderverkalking met als gevolg hartinfarct en hartinsufficiëntie) en andere cardiovasculaire aandoeningen.
Vele van deze doodsoorzaken zijn gedeeltelijk vermijdbaar, zoals (vervoers)ongevallen en longkanker.
Belangrijkste doodsoorzaken per leeftijdscategorie, mannen en vrouwen, Vlaams Gewest 2008
Vermijdbare sterfte betreft enerzijds doodsoorzaken die door primaire preventie zouden kunnen vermeden worden, en anderzijds doodsoorzaken die zich bij een perfect georganiseerde gezondheidszorg nog amper zouden mogen voordoen.
Gezondheidsbeleid heeft tot doel het geheel van gezondheidsproblemen zo doelmatig en zo doeltreffend mogelijk te beïnvloeden. Cijfers over zogenaamd 'vermijdbare' sterfte moeten een beeld geven van waar verbetering mogelijk lijkt.

Enerzijds zou een aantal sterfgevallen te voorkomen zijn indien de bevolking er een gezondere levenswijze op na zou houden. Deze sterfte is vermijdbaar door primaire preventie. De overheid heeft hier een impact op, voor zover ze haar bevolking goed weet in te lichten en te sensibiliseren voor de gevolgen van ongezonde voedings- en leefstijlfactoren. Bij mannen kan 1 op 4 overlijdens voor de leeftijd van 74 jaar beschouwd worden als vermijdbaar door primaire preventie. Bij vrouwen is 1 op 8 overlijdens zo vermijdbaar.
Volgende doodsoorzaken worden daarbij beschouwd als te voorkomen:
Anderzijds zijn een aantal sterfgevallen te voorkomen door vaccinatie, vroegtijdige opsporing en/of gepaste behandeling (secundaire preventie). Indien deze ‘vermijdbare’ overlijdens zich toch voordoen, is dit een teken dat het gezondheidszorgsysteem niet optimaal werkt.
Bij mannen is 18% van de sterfgevallen tussen 0 en 74 jaar op deze manier vermijdbaar: cerebrovasculaire aandoeningen - hersenvaatziekten/beroerten (1/4 medische vermijdbaar), ischemische hartziekten (1/5), colorectale kanker (1/5), pneumonie (1/10).
Bij vrouwen is dit aandeel groter, nl. 1 op 3 overlijdens (34%).
Bij vrouwen doen we volgende vaststellingen: borstkanker (1/3 medische vermijdbaar), cerebrovasculaire aandoeningen (1/5), colorectale kanker (1/7).